Brandbeveiliging
Brandbeveiliging
Voorkomen is beter, zeker bij brand, omdat genezen hier vaak uiterst moeilijk of zelfs onmogelijk is. Ook als we het allerergste, dodelijke slachtoffers, buiten beschouwing laten. Brandwonden laten vaak blijvend sporen na. En materieel gezien, krijg je iets wat uniek was nooit meer terug. Kortom, preventie weegt zwaar. Er zijn twee hoofdvormen: bouwkundige maatregelen en organisatorische maatregelen. Brandbestrijding kan onderverdeeld worden in signalering en repressieve maatregelen.
Bouwkundige maatregelen
In het Bouwbesluit staan de minimale eisen beschreven. Wie verder wil gaan dan deze eisen is daarin helemaal vrij.
Er zijn ook materiaalvoorschriften, zoals voor:
- brandwerende beglazing
- beschermende staalconstructies
- isolatiematerialen
- rookluiken
Organisatorische maatregelen
Met name van belang in drukbezochte gebouwen, zoals winkelcentra en bioscopen. Medewerkers moeten er bij brand voor zorgen dat het publiek snel en zonder paniek het gebouw verlaat, volgens een specifiek ontruimingsplan. Voor meer informatie over ontruimingsplannen kunt u terecht bij de Arbo-diensten. Verplicht gebruik van vlamdovende prullenbakken behoort ook tot de organisatorische maatregelen.
Signalering
Met behulp van brand-meldsystemen kunnen beginnende branden worden gesignaleerd en/of gemeld, waarna de brandweer in actie komt. Er zijn onder meer brandmelders die reageren op warmte, rook of straling.

Ook in het tijdperk van de automatische meldingen is een handbrandmelder nog steeds een effectief en noodzakelijk onderdeel van de brandveiligheidsinstallaties.
Repressieve maatregelen
Alle middelen voor het blussen of doven van een brand:
a. Kleine blusmiddelen Zoals handblusapparaten en slanghaspels. Als er geen mensen in de buurt zijn blijven ze onbenut.
b. Stationaire blusinstallaties Bijna altijd automatische systemen, zoals sprinklers, schuimblusinstallaties, blusgasinstallaties en poederblussystemen. Soms gaat het om combinaties van deze systemen.



