Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Nieuws Millimeterwerk bij vuurwerkinspectie

Millimeterwerk bij vuurwerkinspectie

“Op de ruit hangt slechts de helft van uw vergunning", zegt controleur Maarten Steenbergen van de Amsterdamse Dienst Milieu en Bouwtoezicht streng tegen Jan Klarenbeek. Het is het begin van de inspectie die Steenbergen samen met zijn collega Gerard Liefting vandaag uitvoert bij Klarenbeek Bouw en Doe-Het-Zelf.

Ondertussen vervoeren gehaaste mannen in razend tempo vuurwerk aan. In karretjes en met de blote hand wordt de knalbare waar naar de opslagruimte achter in de winkel gebracht. In een speciaal voor de vuurwerkverkoop ingericht gedeelte is het op deze woensdagochtend druk. De zaak in het Amsterdamse Buitenveldert is met tienduizend kilogram vuurwerk dan ook een van de grootste verkooppunten van vuurwerk in de hoofdstad. "Dat is de maximaal toegestane hoeveelheid", licht Steenbergen toe. Samen met Liefting controleert hij vandaag een stuk of zeven vuurwerkverkooppunten.
 
Te lichte brandblusser
De heren gaan grondig te werk en besteden aan ieder detail ruimschoots aandacht. Ze betreden de zij-ingang, een ruimte die gelijkenis vertoont met een garage, en het oog van Steenbergen valt al snel op een brandblusser. "Brandblussers moeten in ieder geval 4 of 5 kilogram zijn, deze is slechts 2,5 kilogram en voldoet dus niet aan de voorwaarden. Het is een drukhouder en dat is niet toegestaan." Jan luistert rustig naar de uitleg en belooft beterschap. In de zaak kruipt Steenbergen al snel achter een gordijntje en vindt in een afgeschermd gedeelte een pot met verf. "Verf is vlambaar meneer", weet de inspecteur, maar bij nadere beschouwing moet hij constateren dat de verf waterdragend is, weinig oplosmiddel in zich draagt en daardoor wel degelijk is toegestaan. Terwijl de inspecteurs de hardwerkende mannen voortdurend vakkundig voor de voeten lopen, is het tijd om de opslagruimte aan een kritische beschouwing te onderwerpen.
 
Twee centimeter van de kant
De mannen maken een menselijke keten om spullen snel aan elkaar door te geven, één man houdt de deur open. "De deur moet steeds dicht worden gedaan", corrigeert Liefting de verbouwereerd kijkende man. Na enige onderhandeling met Jan mag de deur open blijven, als dat de taak is van een specifiek persoon. In de tweede opslagruimte, hier is het vuurwerk uit zijn verpakking, zitten de inspecteurs er ook weer bovenop. "De pakketten liggen tegen de muur, meneer", constateert Steenbergen. "Ze moeten twee centimeter van de muur liggen, anders kan de sprinklerinstallatie de achterkant niet besproeien", licht Liefting toe. Verder kunnen de houten latjes die het vuurwerk van elkaar gescheiden houden op weinig enthousiasme rekenen. "Je kunt beter gaas gebruiken", stelt Liefting. Jan lacht beleefd en belooft het volgend jaar anders te doen.
 
Eén vuurwerkwinkel per 20.000 inwoners
Steenbergen en Liefting gaan door naar de volgende inspectie. 27 Amsterdamse winkels hebben toestemming gekregen om vuurwerk te verkopen. Amsterdam voert een spreidingsbeleid voor vuurwerkverkooppunten. Dit betekent dat per twintigduizend inwoners één verkooppunt is toegestaan. "Ik snap dat er inspecties moeten worden verricht. De mensen van de DMB (Dienst Milieu en Bouwtoezicht) komen elke dag langs, dus ik zie ze wel weer verschijnen." zegt Jan Klarenbeek met gevoel voor ironie.
 
(Metro, 30 december 2010)
Document acties