Parkeergarages ventileren of sprinklers?
Tijdens het congres van The Institution of Fire Engineers (IFE) op 1 april 2011 stond brandveiligheid in parkeergarages centraal. Enkele spraakmakende branden hebben geleid tot veel discussie over het niveau van brandveiligheid in parkeergarages in Nederland.
Tom de Nooij pleitte voor toepassing van sprinklers in parkeergarages: “In de VS zou een congres met dit onderwerp nooit worden georganiseerd. Daar moeten er gewoon standaard sprinklers worden gemonteerd in een garage.” Gebaseerd op onderzoek uit Nieuw Zeeland heeft de Nooij uitgerekend dat gemiddeld maar liefst eens in de twintig jaar brand in een parkeergarage ontstaat. “En dit terwijl een gebouw wordt neergezet met een minimale verwachte levensduur van vijftig jaar. Dat zet je toch aan het denken”, aldus de Nooij.
Peter van de Leur van DGMR gaf aan dat er in Nederland geen landelijke wetgeving is waardoor de eisen per gemeente sterk verschillen. Hierdoor kan per parkeergarage een verschillend veiligheidsniveau bestaan.” Van de Leur maakte een onderverdeling van laag, midden en hoog veiligheidsniveau. Hierbij kenmerkt hij garages die voldoen aan de LNB2002, met alleen installaties voor nazorg en zonder hulp bij inzet, als de minst veilige garages. De richtlijn zoals deze wordt aangehouden door bijvoorbeeld Brandweer Rotterdam behoort tot de veiligste garages. De nieuwe NEN6098 zal hier tussenin zitten. Bij deze nieuwe richtlijn moet door middel van ventilatie een situatie worden gecreëerd waarbij mensen veilig kunnen vluchten en de brandweer tot op 15 meter de brandhaard kan benaderen. Een open parkeergarage of een gesprinklerde parkeergarage wordt volgens van de Leur ook niet altijd zondermeer goedgekeurd. “Als deze niet aan de richtlijnen voldoen zoals door de gemeente aangegeven dan kan het nog een hele strijd worden.”
De huidige ventilatierichtlijnen gaan uit van maximaal drie auto’s tegelijkertijd in brand. Volgens sommigen is dit onrealistisch omdat uit praktijkbranden blijkt dat veel meer auto’s in brand vliegen. Hierbij wordt volgens een aanwezige leverancier van stuwdrukventieystemen voorbij gegaan aan het feit dat deze parkeergarages niet waren uitgevoerd met ventilatiesystemen die de brandweer in staat stelt om de brand te beheersen. Zo zou bij de veelbesproken brand in de Appelaar geen “zicht op de brand” systeem zijn geëist waardoor de brandweer niet kon ingrijpen en waardoor de brand niet beheersbaar was. In de parkeergarage in de Lloydstraat in Rotterdam was niet eens detectie waardoor de brand alle kans had om over te slaan naar meerdere auto’s.
De afwijkende regelgeving maakt het ook voor de bouwer lastig. Een bezoeker van het congres “Een aannemer moet afprijzen op de ondergrens anders krijgt hij het werk niet. Vooraf is vaak alleen bekend dat de garage moet voldoen aan de regelgeving. Als je als aannemer rekening houdt met meer dan het minimum dan loop je het werk zeker mis. Door afwijkende interpretatie van regelgeving kun je voor nare verassingen komen te staan.”
Volgens Ynso Suurenbroek, lector brandveiligheid en Fellow van IFE, is de Nederlandse wet- en regelgeving niet onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek. “Als er iets misgaat is iedereen plots verantwoordelijk. Er is een machtsvacuüm en een kennisvacuüm. Dit is het recept voor chaos.” Suurenbroek is dan ook blij met de oprichting van IFE Nederland omdat nu toegang is verkregen tot wereldwijde kennis.
(bron: brandveilig.com)



