Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Nieuws Regeling brandmeldinstallaties klaar voor accreditering

Regeling brandmeldinstallaties klaar voor accreditering

Per 1 januari of 1 april 2011 treedt de nieuwe regeling voor brandmeldinstallaties in werking.Ten opzichte van de verouderde BMI:2002 is een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Dit was nodig om draagvlak bij alle betrokken partijen te krijgen en de regeling te laten voldoen aan de eisen die de Raad voor Accreditatie stelt. Dit laatste is een voorwaarde om de regeling een wettelijke basis te geven via een verwijzing vanuit het Bouwbesluit.

De sinds 2002 geldende BMI:2002 voldoet om een viertal redenen niet meer. De regeling is zwaar verouderd, maakt niet voldoende duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en komt niet in aanmerking voor accreditatie, wat verplicht is voor toepassing binnen een door de autoriteiten vereist wettelijke kader, zoals het Bouwbesluit. Verder biedt de huidige regeling onvoldoende handvatten voor de certificatie-instellingen om sancties uit te delen aan branddetectiebedrijven, terwijl inspectiebureaus, afnemers en overheid met regelmaat vaststellen dat het schort aan de geleverde kwaliteit. Het belangrijkste bezwaar voor accreditatie is dat de BMI:2002 een mix vormt van een certificatie- en een inspectieschema. In de ogen van de Raad voor Accreditatie is de regeling daarom vlees noch vis. De BMI:2002 voldoet niet aan de certificatienorm EN45011 omdat er een stuk inspectie in zit, terwijl niet aan de inspectienorm EN17020 wordt voldaan omdat er een stuk certificatie in zit. Een regeling kan niet aan beide normen voldoen, wat in de BMI:2002 wel geprobeerd werd.

Nieuwe schema's In de nieuwe situatie zijn er drie certificatieschema's. Zo is er een certificatieschema voor leveranciers van installaties. Deze leveranciers zijn verantwoordelijk voor het gehele traject van ontwerp tot en met oplevering. De aanleg van de brandmeldinstallatie mag worden uitbesteed aan een installatiebedrijf. Voor die installateur bestaat een tweede certificatieschema. Dit regelt met name dat het installatiewerk aan de eisen van de NEN2535 voldoet. De uiteindelijke inbedrijfstelling en oplevering worden altijd verzorgd door het branddetectiebedrijf. Het derde certificatieschema betreft het jaarlijkse onderhoud van de
installatie volgens de NEN2654. Tot slot is er nog een apart inspectieschema. Dit richt zich eveneens op de installatie, maar daarnaast ook op organisatorische en bouwkundige aspecten van
brandveiligheid. Denk hierbij aan compartimentering, vluchtwegen, bedrijfshulpverlening, beheer van installaties en interactie tussen de verschillende installaties.

Vertrouwen Branddetectiebedrijven kunnen van een daartoe geaccrediteerde certificatie-instelling een productcertificaat krijgen als blijkt dat door hen geleverde brandmeldinstallaties volledig aan de in de certificatieregeling gestelde kwaliteitseisen voldoen. Vervolgens mogen deze bedrijven brandmeldinstallaties onder certificatie leveren en hierbij het keurmerk afgeven. Dit alles wordt richting opdrachtgever gevisualiseerd in een zogenaamd certificaat brandmeldinstallatie.

Eisen Primair zijn de branddetectiebedrijven er zelf voor verantwoordelijk om een stevige kwaliteitscontrole uit te voeren op geleverde brandmeldinstallaties. Dit om zeker te stellen dat elke brandmeldinstallatie volledig aan de eisen voldoet. Heeft het branddetectiebedrijf eenmaal een productcertificaat, dan controleert de certificatie-instelling steekproefsgewijs (een op vijftien) de
brandmeldinstallaties. Als deze controle laat zien dat de installatie aan de eisen voldoet, mag de certificatie-instelling ervan uitgaan dat het branddetectiebedrijf de overige installaties ook volgens de eisen levert. De certificatie-instelling geeft dan het branddetectiebedrijf een - zoals dat heet - gerechtvaardigd vertrouwen dat geleverde brandmeldinstallaties voldoen aan alle eisen die zijn gesteld in het betreffende certificatieschema. Met name de afnemer, diens verzekeraar en de overheid moeten er dan ook vanuit kunnen gaan dat installaties met het keurmerk zonder meer voldoen.
Anders wordt het als een certificatie-instelling tijdens een controle belangrijke fouten constateert. Het genoemde gerechtvaardigde vertrouwen is dan acuut geschaad. De certificatie-instelling heeft
dan het recht om ook naar eerder gebouwde installaties te kijken om vast te stellen of het incidentele fouten zijn of fouten van structurele aard. Wil het branddetectiebedrijf het vertrouwen van de certificatie-instelling weer terugwinnen, dan zullen de gemaakte fouten opgelost moeten
worden. Als blijkt dat fouten structureel zijn gemaakt, moeten deze ook structureel worden opgelost. Verder dient het branddetectiebedrijf maatregelen te treffen om te voorkomen dat
dezelfde fouten in detoekomst opnieuw worden gemaakt. Alle extra kosten die een certificatie-instelling maakt in deze gevallen worden toebedeeld aan het branddetectiebedrijf. Ook het herstel van gemaakte fouten is voor rekening van het branddetectiebedrijf.
Als een branddetectiebedrijf in dit geval geen of onvoldoende actie onderneemt, zal de certificatie-instelling dreigen met schorsing of intrekking van het productcertificaat, met alle consequenties van
dien. Omdat de wetgever voor veel soorten projecten een certificaat brandmeldinstallatie eist, wordt het voor een branddetectiebedrijf behoorlijk lastig om zonder productcertificaat operationeel op de
markt te blijven.

Klachten Anders wordt het ook met de klachten. Afnemers of derden die klachten hebben over geleverde installaties zullen deze nog altijd primair bij het branddetectiebedrijf moeten indienen. Worden de klachten niet opgelost, dan kan men bij de betreffende certificatie-instelling een klacht over het branddetectiebedrijf indienen. De certificatie-instelling zal vervolgens serieus en gedegen onderzoek naar de klacht moeten doen. Dit wordt mede geborgd door de accreditatie die de
certificatie-instelling moet behalen. Heeft de klager gelijk dan is het vertrouwen van de certificatie-instelling in het branddetectiebedrijf wederom acuut geschaad. Ook dan zal het branddetectiebedrijf maatregelen moeten nemen met de mogelijkheid van de eerder beschreven sancties als stok achter de deur. De drie nieuwe certificatieschema's bieden met deze twee nieuwe mechanismen voor
klachten en sancties hele goede mogelijkheden om waar nodig kaf van koren te scheiden.

Inspectie Hettoepassingsgebied van het nieuwe inspectieschema gaat veel verder dan de certificatieschema's voor brandmeldinstallaties en dient uitgevoerd te worden door een onafhankelijk, gespecialiseerd en voor de betreffende taak geaccrediteerd inspectiebureau. Als de
brandmeldinstallatie al onder certificaat geleverd is, is dat eigenlijk het vertrekpunt voor het inspectiebureau. Men beoordeelt dan niet zozeer de installatie zelf, maar meer de dimensionering en doelmatigheid ervan in relatie tot het gebouw en de gebezigde activiteiten. Verder worden bouwkundige en organisatorische aspecten in het oordeel meegenomen. Denk aan compartimentering, vluchtwegen, bedrijfshulpverlening, beheer van installaties en interactie tussen de verschillende installaties. Een op zichzelf uitstekend functionerende brandmeldinstallatie kan
toch niet geschikt zijn, omdat er geen aansluiting (meer) is op het risico of de omgevingsomstandigheden van het ermee uitgeruste object. Dit kan bij oplevering al worden vastgesteld, maar ook later. Het gebruik van een object kan veranderen, waarbij het noodzakelijk
kan zijn dat het branddetectiesysteem wordt aangepast.

Verantwoordelijkheden Belangrijk in de nieuwe certificatieregelingen is dat taken en verantwoordelijkheden veel duidelijker zijn benoemd. Bij de oude regeling was niet goed omschreven waar verantwoordelijkheden ophouden. Wie moest aangesproken worden als bij brand de brandmeldcentrale het rookafzuigsysteem wil activeren en er vervolgens niets gebeurt? Het branddetectiebedrijf is er in de nieuwe regeling alleen verantwoordelijk voor dat de brandmeldinstallatie de juiste stuursignalen geeft. De brandweer draagt de verantwoording dat alarmsignalen correct bij de Regionale Alarm Centrale (RAC) binnenkomen. De liftenleverancier dient er op haar beurt voor te zorgen dat bij brandmelding de liften automatisch naar de begane grond gaan en geblokkeerd worden voor gebruik. En het bedrijf dat het ontruimingssysteem levert is weer
voor dat onderdeel van de brandbeveiliging verantwoordelijk. Ook die opsplitsing was nodig om goedkeuring van de Raad voor Accreditatie te krijgen.

Naleving In de nieuwe situatie zorgen gecertificeerde leveranciers voor de naleving van de in het certificatieschema gestelde producteisen. Certificatie-instellingen controleren de leveranciers en steekproefsgewijs hun geleverde producten. Inspectiebureaus zien toe op de algehele brandveiligheid van objecten. De Raad voor Accreditatie controleert namens de overheid de kwaliteit van de certificatie-instellingen, inspectiebureaus en regelingen. De regeling wordt beheerd door het onafhankelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Overgangsregeling Na een periode van moeizaam overleg is door de opstelling van alle partijen binnen het betreffende College van Belanghebbenden sinds eind 2009 een constructieve situatie ontstaan. Die partijen zijn leveranciers, afnemers, certificatie- en inspectie-instellingen, brandweer en verzekeraars. De vier nieuwe schema's zijn binnen enkele maanden opgetuigd en ten opzichte van de oude regeling op een aantal punten vereenvoudigd, terwijl andere zaken juist weer scherper zijn neergezet. Er komt een overgangsregeling om bedrijven in de gelegenheid te stellen vereiste
aanpassingen door te voeren. Een jaar na de invoering van de nieuwe schema's moeten alle bedrijven aan de nieuwe eisen voldoen en zal de oude regeling uiteindelijk worden ingetrokken. Verder zal er ruime aandacht aan communicatie over de nieuwe schema's en de overgangsregeling worden besteed.
Voor gebruikers van brandmeldinstallaties verandert er in principe niets als het huidige brandmeldsysteem aan de normen en de vergunningeisen voldoet. Wel dient straks aan het nieuwe Bouwbesluit 2011 te worden voldaan. De toegepaste installatie dient in elk geval te voldoen aan de
laatste versie van de recent aangepaste NEN2535 (2009). In alle nieuwe schema's is hier al rekening mee gehouden.

(Brandbeveiliging, 30 september 2010)

Document acties