Een verrijking van het leven
Zijn het nou molentjes, zandlopertjes of zoutvaatjes? Het zijn sprinklerkoppen. Sprinkler wat? Andries Timmerman is het gewend dat niet iedereen zijn opmerkelijke verzameling direct kan thuisbrengen.
In de meeste fabrieken en grote winkels hangen sprinklerkoppen aan het plafond. Als de temperatuur in die ruimtes plotseling omhoogschiet, treedt het systeem in werking en gaan de koppen water sproeien. Een geweldige uitvinding, die vele branden in de kiem heeft gesmoord. Maar wat bezielt iemand om die sproeiertjes te gaan verzamelen? “Tja, hoe gaat zo iets”, begint Timmerman, alsof hij de vraag voor het eerst krijgt voorgelegd. Hij was als lid van de vrijwillige brandweer een keer op excursie in een chemische fabriek, waar een nieuw sprinklersysteem werd aangelegd. In een doos lagen oude koppen. Wie wil, mocht er eentje meenemen. Dat deed de Noord-Hollander. Toen hij via-via een doos met ouderwetse koppen kreeg, was een kleine verzameling geboren.
Collectie van 1.500 sprinklers
“In de gang had ik al een paar koperen handstraalpijpen hangen. Die zaten vroeger op de brandweerslang, de spuitmond zeg maar. Zo’n sprinklerkop was weer eens wat anders.” Nu, twintig jaar later, telt zijn collectie ruim 1.500 sproeiertjes. Ze vallen niet direct op in zijn woning. In de woonkamer staat een vitrinekast met de mooiste exemplaren, in een slaapkamer staat nog zo’n kast. Het merendeel van de collectie is in kisten opgeslagen, zodat ze makkelijk vervoerd kunnen worden voor weer een tentoonstelling. Daarin is hij uniek. „Ik ken wel meer mensen die ze verzamelen, maar voor zover ik weet ben ik de enige exposerende sprinklerverzamelaar ter wereld.” Hoewel door vele fusies het aantal sprinklerfabrikanten drastisch is afgenomen, is Timmermans collectie slechts een fractie van wat er geproduceerd is. Er zijn wel tienduizenden verschillende koppen, schat hij. Want van elk type zijn er vele uitvoeringen. Qua kleur en materiaal, maar ook wat de werking betreft. “Die hoef ik niet allemaal te hebben, hoor. Wat ik tegenkom is leuk, voor de rest vind ik het wel prima.”
“Verkopen? Er zit hooguit voor 300 euro aan koper in.”
Timmerman denkt dat hij wel zonder zijn collectie zou kunnen leven. “Dan zou ik iets anders gaan doen. Ik ben bijvoorbeeld bestuurslid geweest van de speeltuinvereniging. Vond ik ook mooi.” Maar nu zijn collectie er is, moet er wel iets mee. “Als mijn einde nadert zou ik het graag willen schenken aan een museum. Ik ken een man die zijn collectie heeft weggegooid. Doodzonde, dat zou ik niet kunnen. Verkopen? Ach, in mijn sprinklers zit hooguit voor 300 euro aan koper. Er zit geen handel in.” Ja, laatst zag hij op Marktplaats een antiek exemplaar met een vraagprijs van 750 dollar. Dat gaat hem veel te ver. Hij heeft wel ooit via internet een asbak gekocht met een sprinklerkop erop, uit Australië. “Dat is een geinig ding, die wilde ik wel hebben.” Zijn vriendin is niet besmet met het sprinklervirus, maar ze reist wel graag met hem mee naar beurzen en exposities. “De contacten met al de mensen, dat vindt ze heel leuk. Ik ook trouwens. Deze verzameling is echt een verrijking van mijn leven.”
Van Zuidoostbeemster naar Singapore?
“Ik was nooit een vlotte babbelaar, maar nu wel.” En je komt nog eens ergens. Bijvoorbeeld bij Tyco International, een van de grootste sprinklerproducenten ter wereld, die zijn Europees distributiecentrum in Enschede heeft staan. Maar niet iedereen zit op pottenkijkers te wachten. “Ik vroeg eens in de Bijenkorf in Amsterdam of ik het sprinklersysteem wat beter mocht bekijken, achter de schermen. Dat ging mooi niet door.” Hij stond deze zomer met zijn verzameling zes dagen op de grootste brandweervakbeurs, in Leipzig. “Ik kwam thuis met 90 visitekaartjes. President dit en directeur dat staat er dan op. Een zakenman wil mijn verzameling in Singapore laten zien. Hij zal alles betalen. Of het er van komt is natuurlijk een ander verhaal, maar het is wel leuk voor een simpele hovenier uit Zuidoostbeemster.”
(De Stentor, 20 november 2010)



